Bert's profilela plaza de don BertoPhotosBlogListsMore ![]() | Help |
|
la plaza de don BertoBenvenuti, Willkommen, Velkommen, Bienvenus, Bienvenidos, Welcome, Καλωσήλτατε, en WELKOM ! June 25 Iran ontwaaktDat is de titel van de autobiogarafie van Shirin Ebadi, die in 2003 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg wegens haar verdiensten als mensenrechtenadvocate in Iran. In het boek geeft ze een persoonlijk verslag van de recente geschiedenis van haar land. Het begint met hoe ze in de beginjaren van haar carrière een hoge post had en vanop die positie zeer goed de Revolutie kon steunen, daarna vertelt ze hoe haar post haar werd ontnomen door de mensen die ze gesteund had. Vanaf 1992 werd het haar weer mogelijk om te werken als advocaat.
Dat doet ze sindsdien met volle overtuiging. Ze bestrijdt de schending van mensenrechten die inherent is aan het systeem in Iran, door een te strikte, verouderde interpretatie van de islam. Zij staat een islam voor die voor de vrouw opkomt, een visie waarvoor in de Koran talloze passages ter ondersteuning te vinden zijn; en ook in verschillende interpretatiescholen is de emancipatie van de vrouw belangrijk voor moslims.
Het is vooral voor het laatste, het vrouwvriendelijk interpreteren van de Koran (en daarmee juridische successen boeken), dat ze de Nobelprijs gekregen heeft.
Maar het eerste waar mensen nu aan denken als ze ‘Iran ontwaakt’ lezen, dat is wat er sinds kort aan het gebeuren is in Iran. Relletjes of een beginnende revolutie, in ieder geval is er veel protest en veel geweld.
Hier in België wonen veel Iraniërs, en hun reacties op de feiten zijn verdeeld, of op zijn minst gaan ze gepaard met gemengde gevoelens. Mensen met familie in en rond Teheran zijn vooral bang voor wat er met hun familie zou kunnen gebeuren, anderen zijn vooral blij dat er eindelijk weer serieuze actie wordt ondernomen.
In het boek van Ebadi staat een verwijzing naar een lied dat Iraanse studenten zingen als ze een sit-in houden en zichzelf moed willen inzingen, Yare Dabestani. Dat lied werd namelijk ook gezongen toen zij als Nobelprijslaureate uit het vliegtuig stapte in Teheran. Ebadi vertelt dat ze hoop kreeg door een bepaalde zin in het lied “Welke handen anders dan die van jou en mij kunnen deze gordijnen terzijde schuiven?”.
Ik heb het eens gezocht op youtube en ik versta niks van het Farsi (die twee woorden die ik van mijn Iraanse vrienden heb geleerd zijn uiteraard niet genoeg), maar ik zie er inderdaad een strijdlied in voor studenten. Ik vond een youtube filmpje met Engelse vertaling, maar omdat ik het verdacht vond heb ik verder gezocht en kwam ik op een andere site uit.
Oordeel zelf.
Uit lichtjes onverwachte hoek hoorde ik vorige week gevoelens van solidariteit voor Iran. Juan Carlos, één van mijn gastheren in Nicaragua (die volgend jaar in Barcelona gaat studeren!), sprak erover in een van zijn mails.
Hij stuurde mij ook eens een lied over ‘de behandeling van ontgoocheling’, van een befaamde Nicaraguaanse zanger Luis Enrique Mejí Godoy. Die laatste bedacht samen met zijn broer Carlos de meeste revolutionaire liederen van Nicaragua die nu nog bekend zijn.
Of hoe er ook andere banden zijn tussen Nicaragua en Iran dan het Iran-Contra-schandaal... May 08 Een stevige brok Italiaanse barokGisterenavond ben ik met 2 vrienden en mijn vriendin naar deSingel geweest, voor een theater van Societas Raffaello Sanzio, o.l.v. Romeo Castelluci.
“Inferno” stond er in het groot en in het wit toen we met de rest van het publiek op het verduisterde podium waren geloodst. We begonnen opmerkingen te maken zoals “hier blijven wachten is hels”, “dit moet dan de hellepoort zijn” toen een bijna naakte man, hij leek weggelopen uit een tekening van Michelangelo, de muren van de coulissen begon te beklimmen.
Zonder touw, zonder enige bescherming - zo leek het - klom hij helemaal naar boven en daar bovenop het rooster nam hij een basketbal vast die hij vervolgens door een gat in het rooster liet vallen. Van ik schat wel 20 meter hoog ! De bal kwam luid neer en stuiterde hard. Angstaanjagend, hoewel het op een veilige afstand gebeurde. Die laatste zin was wel vaker van toepassing gisterenavond …
Zoals niet veel later, toen Kerberos werd losgelaten op datzelfde hoge rooster. De hellehond met de drie hoofden, in het boek van Dante de wachter van de derde cirkel van de hel (vraatzucht), blafte het gehele publiek tot kippenvel. Natuurlijk waren het gewoon 3 honden die naast mekaar stonden, maar vanop die afstand leek het echt wel één lijf en drie hoofden.
Dat was de sterke opening, waarna het publiek mocht plaatsnemen in de oranje stoeltjes van de rode zaal; dat overgangsmoment duurde iets te lang naar mijn zin, maar ja de mens is een sociaal wezen. Sommige toeschouwers bleven langer staan praten op en naast het podium dan anderen.
Toen iedereen zat werden ongeveer de enige woorden uitgesproken in het stuk, Romeo Castelluci zelf zei iets als ‘Ik ben Romeo Castelluci’ maar dan in het Italiaans. Ik herinner het mij niet meer precies. Wat ik mij nog wel levendig herinner, is hoe er vooraan op het podium honden werden vastgeketend aan paaltjes die in het podium staken en mr. Castelluci een dik zwart pak aangetrokken kreeg. Eerst dacht ik aan een futloos clownspak, maar uiteindelijk leek het meer op een beveiligingskostuum.
De honden vooraan begonnen te blaffen en te krioelen, er is er zelfs één ontsnapt naar vanachter in de coulissen - dat was niet de bedoeling lijkt mij. En drie honden zetten hun tanden in de regisseur en begonnen ermee te schudden als zot. Angstaanjagend, alweer.
“Er kan niks gebeuren”, maar toch. Ik heb enorme bewondering voor het vertrouwen dat de mensen van Societas Raffaello Sanzio hebben in hun eigen kunnen en in het opgevoed zijn van de honden.
Er speelden ook kleine kinderen mee; kleuters, zelfs peuters. Dat getuigt ook van een enorm vertrouwen in de mens en in de opvoeding van de mens, dat je die al laat meespelen. Er speelden ook “bomma’s” en “bompa’s” mee. Zelfs de overleden acteurs van het gezelschap ‘speelden’ mee, in die zin dat op een gegeven moment hun namen op een scherm verschenen met daarbij de boodschap “Dit spelen wij voor jullie”. De hele mensheid was vertegenwoordigd, toch wat de leeftijd betreft.
Het hele stuk bestond uit losse fragmenten die aaneengelast werden door dezelfde sfeer. Die sfeer werd opgebouwd door de duisternis, de hellebrandgeur die door de zaal woei nadat er een piano was opgestookt op het podium, de gigantische witte lap stof die over het hele publiek heen werd getrokken als een verstikkende nevel over de Styx en uiteraard de verschrikkelijke geluiden – verschillende mensen bedekten hun oren omdat het vaak te erg werd.
Aan de tweede cirkel van de hel (de nummering gaat van buiten naar binnen; de binnenste cirkel is de ergste) werd nogal veel aandacht besteed, die van de wellust. Toen ik het eerste koppel zag knuffelen op het podium dacht ik ‘Aha Paolo en Francesca’ en daarna knuffelden wel heel veel mensen elkaar en toen sprongen bijvoorbeeld ook twee vrouwen mekaar in de armen. Bij Dante zou dat laatste pas in één van de allerbinnenste cirkels aan bod zijn gekomen.
De wellustige scène eindigde met een man die niet kon kiezen tussen twee vrouwen; hij liep van de ene naar de andere en bleef uiteindelijk in het midden staan en keek afwisselend naar de ene en naar de andere. Tot de ene wegging en ik dacht allez jom nu weet je toch voor wie je moet kiezen? Maar nog steeds bleef hij pingpongkijken, zelfs nadat ook de tweede was weggegaan. Dhr D.D. zou zeggen ‘Een prachtig voorbeeld van hoe de moderne mens verlamd wordt door de overvloed aan keuzes !’.
Een ander intrigerend fragment was dat waarin er bovenaan TV’s aangingen, 7 TV’s, één voor één. E T O I L E S stond er, één letter per TV, flitsend en flikkerend. Het leken oude TV’s, maar wie weet was dat niet zo ... een bedoeld effect van de video die ze in de TV’s hadden gestoken.
We keken dus naar de sterren op TV. En plots viel er één TV naar beneden. De S. Luid ! Angst !
De S-TV was helemaal plat.
En nog een TV ging eraan en nog één. En nog één.
En toen stond er ‘TOI’.
Ja, jij. April 17 BergenVorige week was ik in Mons samen met mijn vriendin. We zouden gaan stappen, een beetje oefenen voor de grote tocht in juli. Zoals massa’s en massa’s anderen voor ons (en waarschijnlijk ook mét ons) willen we naar Santiago de Compostela stappen. Niet van thuis uit, zoals de middeleeuwers of de hedendaagse dappere enkeling, maar van Roncesvalles (het eerste dorpje van de weg in Spanje, achter de Pyreneeën).
In Mons hebben we voor het eerst gewandeld in heuvelachtig gebied. De vorige keren dat we een jeugdherberg boekten voor 1 of 2 nachten, was het steeds in het vlakke land dat Vlaanderen is. Het was ook de eerste keer dat we zo nat zijn geworden tijdens het stappen. Avec un ciel si gris qu’il faut lui pardonner.
Misschien dat het door de grijze lucht kwam, maar de stad Mons leek ons wat troosteloos. Er zijn wel een paar mooie (historische) gebouwen, maar er zouden er meer kunnen zijn als er meer aandacht werd gegeven aan het onderhoud van het patrimonium. Ontbreekt het de montois aan trots of simpelweg aan geld?
Toen we huiswaarts keerden met de trein, maakten we een kleine stop in de hoofdstad. Het Centraal Station daar is niet ver van Bozar. De filmafdeling daarvan, Cinematek, daar moesten we zijn. We hebben er tickets gekocht voor een film waarover later meer. Het zaaltje heeft maar 29 plaatsen; ik ben dus blij dat we op voorhand tickets hadden.
Al bleek woensdagavond dat het niet echt nodig was geweest, nog niet de helft van de stoelen was bezet. We keken naar ‘La voie lactée’ van Luis Buñuel. ‘De melkweg’, of een andere naam voor de Camino de Santiago.
Het was een subtiel-surrealistische schets van het christendom, waarin zijn collectieve wanen en wreedheden op de korrel worden genomen. Maar opmerkelijk vond ik ook de scène waarin een overtuigde atheïst, tevens wetenschapsadept een vroom meisje had vastgeklonken in het ijzer.
Hij zou haar pas laten gaan als zij hem kon nazeggen dat God niet bestaat; het meisje volhardde even hard in haar geloof als een andere ketter/martelaar die beweerde dat het gebruik van het Heilig Oliesel niet door Jezus zelf was ingesteld (en nog een paar zaken die tegen de dogma’s ingingen) en daarvoor veroordeeld werd tot de doodstraf. De film was dus vooral een waarschuwing tegen de surreële gevolgen van een te star dogmadenken dat gepaard gaat met een overmatige bekeringsdrang, eender in welke context die twee voorkomen.
Die bekeringsdrang hebben we in lichtere vorm zelf mogen ondergaan, gisterenavond nog. Op visite bij mijn tante in Lier, hadden Jentl en ik een gesprek met nog een derde bezoeker. Een Vlaamse priester van een jaar of 70 woont al 21 jaar in Frans Baskenland, óp de Camino. Hij ontvangt pelgrims, we moesten zeker langskomen als we ooit in de buurt zouden komen. Hij heeft ons een boekje meegegeven met daarin per zondag een tekst uit het evangelie. Toen hem gevraagd werd welke raad hij ons kon geven voor de Camino, vroeg hij ons “Bidden jullie?”
Waarop het antwoord ‘nee’ was. Hij vertelde over de rust en de bezinning die samenhangt met de Weg; en dat veel mensen leren bidden onderweg. Niet allemaal hoor, zei hij. Maar voor velen is het een religieuze ontdekkingstocht.
En hij raadde ons aan om het Evangelie te lezen onderweg, ‘dat is de beste leidraad die er is’. Waarop ik zei dat ik Jentl ooit eens stukken van het Hooglied heb voorgelezen. Wat hij uiteraard fantastisch vond J En hij moedigde ons aan om nog veel meer samen te lezen.
Geen idee of we zijn raad zullen opvolgen. Een bijbel meenemen, of éénder welk boek lijkt ons overtollige last. We willen zélf ons verhaal schrijven. Al zal zeker niet alles opgeschreven worden, of zelfs opgeschreven kúnnen worden.
Hij vertelde ook over de avonden met de pelgrims, de gesprekken met hen die vaak interessant zijn. Daar kijk ik vooral naar uit, bijleren van mensen die ik nu nog niet ken.
In de laatste Vaertwel stond een interview met een leerkracht Frans die verlof had gekregen van de directie om de Camino te stappen van in Lier tot helemaal in Santiago, in 1 trek. Hij is zelfs naar het ‘einde van de wereld’ gestapt (Finisterre). Op zijn blog stond dat iedereen die meer wou weten, contact kon opnemen met hem.
Dat hebben we dan ook gedaan, we zijn zelfs bij de man thuis geweest; hij woont 3 straten verder van bij mijn tante. Handig dus J
Ook hij vertelde vooral geëmotioneerd over de ontmoetingen die hij had gehad. Het alleen stappen, maar toch altijd samen onderweg zijn met de pelgrims die hem omringden.
Nu hebben Jentl en ik genoeg over Santiago gehoord en gelezen voor een paar maanden. De voorbereiding is zo goed als af, er moeten alleen nog een paar aankopen gedaan worden. Er zijn andere zaken van belang nu.
Na de rituele halfjaarlijkse stress zullen we blij zijn als mensen ons uitwuiven en zeggen:
Buen Camino peregrinos, Vaertwel ! April 05 Even geen zin in mijn eindwerkTerwijl ik op deze kalme zondagochtend naar Ghostboy luister van Gabriel Rios, probeer ik mij het toneelstuk van donderdagavond terug voor de geest te halen. Het was één van Wayn Traub zijn cinema-opera’s – waarbij de man himself voor een groot scherm staat dat een film afspeelt. Een film bestaande uit heel veel verschillende fragmentjes, chaos op het eerste zicht, maar uiteindelijk blijkt er wel samenhang te bespeuren.
Een groot verschil met het enige andere stuk van Wayn Traub dat mijn toneelvrienden en ik al hadden gezien van hem. Arkiologi was in feite een repetitie voor een ander stuk van hem – er kon bijna geen betekenis in herkend worden, het was niet af. Dit stuk ‘Maria-Magdalena’ was daarentegen wél af.
Ik vond het wel wat vreemd dat er bijna geen Nederlands werd gesproken, enkel door een immobiliënverkoopster die de abdij van Orval aan de man wou brengen en voorstelde om die en die kloostergang af te breken en daar een tropisch zwembad te installeren “Voelt u die rust die hier hangt? Heerlijk ! Ziet u de mogelijkheden die hier aanwezig zijn? Mogelijkheden !”
Er was wel Nederlandse boventiteling voorzien als dat nodig was. Voor Wayn Traub zelf, die in de taal van Shakespeare de profeet uithing als “Ioqanaan”, de Hebreeuwse naam voor Johannes. Uiteraard een verwijzing naar het tweede deel van de trilogie “Jean-Baptiste”, dat niemand van ons vieren gezien had. Ook “Maria-Dolores”, het eerste deel, had niemand gezien. Vanwaar die fascinatie voor dubbele namen ?
Komt dat overeen met zijn fascinatie voor de hersenen, die ook een linker- en een rechterdeel hebben? De Gabi (Gabriël Rios) legde in één van de filmfragmentjes uit hoe hij zich de laatste tijd wat depressief voelde – hij noemde het niet zo, maar daarop kwam het wel neer. En dat hij zich had verdiept in de structuur van de hersenen. De rechterhelft van de hersenen zou de ontvangende helft zijn, de artistieke, de lieve, de Oosterse zo je wil. En de linkerhelft is de onderscheidende, de ordenende, de organiserende, de listige en geniepig berekenende, de Westerse zo je wil. Als geneeskundestudent kan ik mij er wel in vinden dat verschillende delen van de hersenen ook een verschillende functie hebben, maar dit sterke onderscheid tussen de twee hersenhelften lijkt me wel heel simplistisch voorgesteld.
In ieder geval was het duidelijk waar men naartoe wou met het stuk, want er werd gezegd “Als de rechterhelft nu eens wat meer aanwezig zou zijn, zouden we allemaal gelukkigere mensen zijn”. Daar is zeker iets voor te zeggen J Maar ik denk niet dat we met zijn allen met het Verre Oosten moeten gaan dwepen om betere mensen te worden. Ik verdenk Wayn Traub wel een beetje van dat laatste. “…En hoe! Een groot deel van de filmbeelden draaide Wayn Traub in China met maar liefst 57 acteurs en danseressen en een 40-tal figuranten. Zhibo Zhao, één van China’s sterdanseressen…” (http://www.toneelhuis.be/productie.jsp?id=187)
Opmerkelijk genoeg kwam dat verhaal over wat de mens het diepst bezighield, nadat de hoofdrolspeler van de avond hem had gevraagd “zijn echte, eigen stem” te laten horen – m.a.w. om het dubbelspel zoveel mogelijk achterwege te laten en eerlijk te zijn. Weer dat dubbelspel, die dubbele namen.
Er was ook Nederlandse boventiteling voor de keren dat er in het Frans werd gesproken, in het Spaans, in het Italiaans, in het Chinees en in wie weet nog welke andere talen ? Achter ons vieren zat een kolonie Franstaligen en rechts voor ons werd er Spaans gesproken – dat hadden we al door nog voor het stuk begon. En we waren verwonderd dat de theaterman zoveel internationaal succes kent dat half Europa naar de Bourla komt afgezakt. Anderzijds is de productie tot stand gekomen door zóveel medewerkers in alle mogelijke landen, dat er veel kans is dat die anderstaligen in het publiek kwamen kijken naar het stuk waaraan hun broer of zus had meegewerkt.
Het minste dat ervan gezegd kan worden, is dat Traub erin is geslaagd om een mondiale sfeer te creëren; hij brengt niet het verhaal van één uitverkoren volk (mocht dat al bestaan), maar van de hele mensheid. Hij gebruikt symbolen en rituelen uit meerdere tradities, hij voegt ze samen tot zijn eigen beeldentaal. Symbolen die we al kenden van hem zijn bijvoorbeeld de wetenschapper die een grot binnengaat en daar meer vindt dan verwacht werd.
In dit stuk daalde een wetenschapster af in een grot om idiote legendes te ontkrachten en te bewijzen dat alles ophoudt als je de angst laat regeren: kortom, een wetenschapper mag zich niet laten tegenhouden door irrationele elementen zoals angst. Het resultaat was dat ze uiteindelijk zo bang werd dat ze een gat in haar geheugen kreeg.
Een andere die blijkbaar een gat in zijn geheugen had, was een (denk ik Chinese) soldaat die in een verlaten dorp gedropt was en daar in een verkrot huis op geleide van zijn overste - ze hadden contact via walkie talkie - een notitieboekje moest vinden en voorlezen. Bleek dat zijn naam onder de tekst in het notitieboekje stond. Een geval van verdringing van een te groot psychotrauma ? Hoe kon de overste weten dat onder die steen in dat bepaalde huis een notitieboekje lag ? Was het een vorm van psychose, van “stemmen” die een verward iemand bevelen dingen te doen die niemand snapt ?
Dat gecombineerd met de wetenschap dat psychiatrische patiënten vaak onheilsprofetieën verkondigen en bizarre rituelen uitvinden om hun angsten te bezweren, stel ik mij de vraag of álle kunst die genoeg pretentie heeft om profetisch te zijn, psychiatrisch van oorsprong is. Die vraag kan je je altijd wel stellen, maar dit stuk van Traub deed mij de vraag wel heel dwingend stellen. Gelukkig toonde Traub nog zelfspot, dat is een gekend teken van psychisch welzijn.
Professor Sabbe legde eens uit dat de verhalen van zijn patiënten over de ondergang van de wereld zijn veranderd in de tijd. De huidige onheilsvisioenen zijn milieurampen, af en toe nog eens een kernbomverhaal, maar dat laatste was meer iets voor de jaren ’80.
Voor zijn psychische gezondheid moet een mens zijn onbewuste in zijn leven kunnen integreren, in die zin is het nuttig om de angsten en driften eruit te laten op gezette momenten. Liefst zo gekanaliseerd mogelijk. Kunst is in feite een schone kanalisatie van onbewuste drijfveren; in mijn ogen gaat goede kunst altijd samen met een bewerking door de ratio. Levenskunst valt te definiëren als het laten bestaan van de driften, maar ze controleren en sublimeren tot sociaal aanvaarde vormen ervan. Als je de driften ontkent, ken je geen plezier en geen creativiteit; als je de driften je leven laat beheersen, wordt iedereen bang van je.
M.a.w. prettig gestoord zijn is een teken van psychische gezondheid J Mijn hele cursus psychiatrie heeft dus de revue gepasseerd. Stelt Traub de diagnose dat de hele wereld zot is geworden ?
Wat in ieder geval vaak terug kwam, was de ziekelijke manier waarop mensen vaak omgaan met materiële zaken. Het materialisme, dat als typisch westers wordt gezien, heeft zijn klauwen ook geplant in het Verre Oosten, in de hele wereld. Het is overal. Maar wat ik mooi vond, was het filmfragment waarin holbewoners jacht maakten in de shopping centra. Wij mensen allemaal hebben een jachtinstinct en bij gebrek aan beter, jagen we nu op koopjes. Het materialisme is dus niet zo typisch westers, het is een soort grondtoestand van de mens
Wat niet wil zeggen dat er geen bovenlaag van meer cultuur, meer geest mag zijn; dat is de grootste boodschap denk ik. Dat de mensen zichzelf eens moeten onderzoeken op hoe menselijk ze zijn.
Dat doet me denken aan het Italiaanse filmfragment in het stuk: een katholieke bijeenkomst waarbij de “paus” vertelt over de rampen in de wereld en hoe die door de media onmenselijk worden genoemd. Hij weerlegt die term: het ergste aan die rampen is dat ze maar al te menselijk zijn !
Hoe menselijk wil jij zijn ? March 23 Wat heeft het allemaal om het lijf ?
Zaterdagavond speelde er weer een toneel van Ivo Van Hove en zijn Toneelgroep Amsterdam in de Singel. Eén van de vaste toneelvrienden had zich al op voorhand uitgesloten van deze avond, omdat hij er vanuit ging dat het weer te lang zou duren voor hem. Na toneelstukken van 6 uur en 3 uur, was dat inderdaad te verwachten. Maar deze keer hebben ze het over een andere boeg gegooid.
Het stuk is te omschrijven als een korte (1u45’), maar zeer krachtige schets van een diep menselijk gebeuren – de vertwijfeling, de wanhoop die de confrontatie met de sterfelijkheid en het lijden van de naaste met zich meebrengt. En het botsend besef van de ijdelheid van het eigen leven.
“Wat heb ik nu zelf bereikt ?” is een vraag die ik vaak voelde opstijgen vanuit alles wat er gebeurde op het podium. Ik verstond niet alles van wat er gezegd werd, deels omdat de toneelgroep vooral Nederlandse acteurs heeft en ik daarmee soms last heb, deels omdat het bij modern theater nu eenmaal zo is dat er gekozen moet worden. Tussen wat er te zien en wat er te horen is, vaak op meerdere fronten tegelijk.
Meerdere personages gaven zich bloot. Meestal als ze zich mentaal bloot gaven, dan gebeurde het ook fysiek. Bij de vierde naakte acteur, dacht ik ‘moet dat nu echt ?’ Maar uiteindelijk was het wel altijd functioneel.
De eerste was de patiënte die gewassen moest worden. Dat riep herinneringen op aan mijn verpleegstage, waarbij ik hetzelfde heb mogen doen bij echte patiënten. Op dat moment vroeg ik mij constant af waarom de patiënten dat zelf niet meer kunnen, want het is toch zeer mensonterend om toe te moeten laten dat een andere zoiets intiems komt doen. Maar ik deed het toch maar, zo goed en zo kwaad als het ging. De diepste intimiteit gewassen krijgen was het moeilijkste, dat weet ik nog heel goed.
De tweede was een vrouw waarvan ik niet goed weet wat ermee was, maar in ieder geval ging het niet goed tussen haar en haar man. De dienster Anna kwam haar helpen met uitkleden. Toen ze naakt was, keek Anna haar aan met een schuin gedraaid hoofdje, waarop de vrouw riep “wat sta jij daar nu te kijken !!”
Anna ging weg, zoals ze gewoon is als mevrouw kwaad wordt. En mevrouw kleedde zichzelf terug aan door zich in een kleedje te wurmen, maar niet zonder eerst in al haar frustratie heel energiek met haar bovenlijf te schudden. Met de gevolgen die u zich kan voorstellen.
De derde naakte, was de man van de tweede vrouw. Die man was opgestaan bij het eten onder het aankondigen met barse stem “Ik stel voor dat we gaan slapen”. Wat later komt hij terug, met niets dan een peignoir dat hij zo los mogelijk rond zijn lijf heeft hangen. Ik denk dat het een beetje een pleziertje was voor de vrouwen in de zaal, als ‘compensatie’ voor de 3 blote vrouwen die de mannen te zien kregen.
Op het einde gaf ook de dienster zich bloot. Zij had zich de hele tijd beziggehouden met het verzorgen van de lijdende, met het opruimen van alle afval achter de rug van de 2 zussen die wel “hun best deden” maar niet veel kónden doen. Omdat ze het niet aankonden.
Dat liet zich het beste zien in de scène waarin het resultaat van de doodsstrijd van de zieke moest worden opgeruimd. In haar laatste minuten had ze à la Yves Klein een witte doek helemaal blauwgerold en –gekropen. M.a.w. het was een plakkerige bedoening geworden.
Anna trof haar aan in haar laatste seconden en nam haar zonder aarzelen vast. Om haar niet eenzaam te laten sterven, werd Anna vuil. Dat terwijl de zussen wel erin slaagden om het doek op te rollen – ze deden dus nog wel iets. Maar dan zonder blauw te worden, daar pasten ze wel voor op.
De enige actrice die niet naakt ging, was Halina Reijn. O jammer, denkt N. uit D. nu misschien J
Er waren heel veel mensen die de zaal vroegtijdig verlieten. Allez, dacht ik, zo heel slecht is het toch niet ? Maar Jentl heeft betere oren dan ik, en zij heeft opgevangen dat sommige mensen die vroeger doorgingen dat deden omdat ze het persoonlijk lastig kregen met de inhoud van het stuk.
Met herinneringen aan eigen ervaringen met lijden, met naasten die pijn hebben. Het is een zwaar stuk, ook ik voelde mij er soms ongemakkelijk bij om het te zien. Al wist ik dat het gespeeld was; ik kon het mij wel inbeelden hoe het er in het echt aan toe zou gaan. Dat inleven werd zeker vergemakkelijkt door de goede acteerprestaties.
Ik ben weer meer overtuigd van het belang van palliatieve zorgen. Niet om mensen de laatste zorgen/verantwoordelijkheden voor hun familieleden af te nemen; want ik geloof dat mee helpen zorgen belangrijk is in het rouwproces. Maar om de nabestaanden af en toe de rust te gunnen die hun geest nodig heeft om alles op een rijtje te zetten.
Om met het broodnodige door elkaar schudden van lijf en ziel zichzelf in een nieuw kleed, in een nieuw leven te wringen.
Kreten en gefluister (Toneelgroep Amsterdam, Ivo Van Hove). Gebaseerd op de gelijknamige film door Ingmar Bergman. |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|